CORVUS MONEDULA - Foto's

s e l e n e t

Inleiding - Gedrag - De roep - Ondersoorten - Links

De kauw wordt meestal gerekend tot het geslacht Corvus (Kraaiachtigen). Sinds 1903 zijn er auteurs die de twee kauwensoorten (Corvus monedula en Corvus dauuricus) in een apart geslacht Coloeus (Kauwen) zetten. Modern moleculair genetisch onderzoek lijkt deze aparte positie te bevestigen. Daarom staan de kauwen in de IOC-lijst onder het geslacht Coloeus. Deze indeling vindt echter weinig navolging. Op de meest checklists staat de kauw nog als Corvus monedula.

Corvus monedula wordt weer onderverdeeld in de volgende vier ondersoorten:
-Corvus monedula spermologus
-
Corvus monedula monedula

-Corvus monedula soemmerringii
-Corvus monedula cirtensis

Gewone, Westerse of Europese kauw (Corvus monedula spermologus) - Vieillot, 1817

Verspreiding: West-en Midden-Europa, Marokko, overwintert soms op de Canarische Eilanden en Corsica.
Beschrijving: Donkerder verenkleed. Grijze, paars-blauwe glanzende kroon. De middelste teen is iets langer dan bij de drie andere ondersoorten (Cramp & Perrins 1994). Mist de licht rand van de andere Kauwen.
 

Noordse kauw (Corvus monedula monedula) - Linnaeus, 1758

Verspreiding: Scandinavië, het zuiden van Finland, delen van Denemarken, Duitsland en Polen, richting zuid in Oost-Midden-Europa aan de Karpaten en het noordwesten van Roemenië, Vojvodina in het noorden van Servië en Slovenië. Af en toe 's winters in Nederland, Engeland en Frankrijk. Zeldzame zwerver naar Spanje.
Beschrijving: Grijze nek, paars-blauw glanzende kroon en donkere keel. Wangen zijn lichter dan bij de gewone kauw. De keel steekt bij Noordse Kauw vaak zwart af tegen de lichtere buik.
 

Russische kauw (Corvus monedula soemmerringii) - Fischer, JG, 1811

Verspreiding:  Voormalige Sovjet-Unie en Noordwest-Mongolië, het zuiden van Turkije en Israël en de Himalaya in het oosten. In de winter van Zuid-Zweden tot in Midden-Europa ten noorden van de Alpen en soms in Noordwest-Europa.
Beschrijving: Wang en achterhoofd zijn duidelijk lichter dan de kauw en kunnen even licht zijn als de meest lichte Noordse kauw. Bij de Russische kauw is de wangkleur echter altijd wat intenser met een lichte paarsgrijze tint er in. Hierdoor steken de zwarte kopkap en keel extra duidelijk af, wat bij een doorsnee Noordse kauw minder duidelijk is. De onderdelen zijn zwartgrijs en zitten qua tint tussen kauw en Noordse kauw in. Door deze donkere tint steken de lichte wang en de witte sikkel extra duidelijk af, waardoor de vogel zeer contrastrijk kan overkomen.
 

Algerijnse kauw (Corvus monedula cirtensis) - Rothschild & Hartert, 1912

Verspreiding: Gevonden in Marokko en Algerije in Noord-Afrika. Vroeger ook in Tunesië.
Beschrijving: Het verenkleed is doffer en meer uniform donker grijs, met de lichtere, minder duidelijk nek.
 

Daurische kauw (Corvus Dauuricus) - Pallas, 1776

Verspreiding: Deze soort komt voor van het meer zuidelijke deel van Oost-Siberië, ten zuiden van Mongolië en naar beneden in China. In de winter verder naar het zuiden. Het is een schaars winterbezoeker van Korea, een zeldzame, maar jaarlijks winterbezoeker van Japan, en als zwerver in Taiwan. Er zijn een handvol waarnemingen in West-Europa.